28 april 2018 - 2 september 2018

EDGARD TYTGAT - VLAAMSE MEESTER

De Vlaamse kunstenaar Edgard Tytgat bouwt in zijn schilderijen een wereld vol fantasie, absurditeit en humor. Grootste tentoonstelling ooit in Nederland van zaterdag 28 april tot en met zondag 2 september in het Stedelijk Museum Schiedam

Onschuldig, soms luguber

Zijn inspiratie haalt hij uit zijn persoonlijke leven met zijn vrouw Maria als muze. Zo'n zestig jaar na de dood van Edgard Tytgat (1879 - 1957) komt het universum van deze ‘Chagall van Vlaanderen’ weer tot leven. Met frivole schilderijen en werk over de bitterzoete kant van het leven. 


Edgard Tytgat. Meisje op mansarde, 1950, privécollectie

Meer dan een naïeve volksschilder

De tentoonstelling is een samenwerking met M-Museum Leuven, waar de conservatoren Peter Carpreau en Gust Van den Berghe twee jaar voorbereidend onderzoek deden. Zij concluderen dat Tytgats voorliefde voor variété en kermissen er ten onrechte voor zorgde dat hij de geschiedenis in ging als naïeve volksschilder.

‘Het lijkt alsof niemand ooit verder keek dan deze thema’s, omdat die het makkelijkste in een vakje passen’, zegt Carpreau. Hij ziet een ‘toegeeflijk anarchistisch’ kantje. Tytgat schildert ook over verloren onschuld en seksualiteit, al zijn de menselijke zwakheden bij hem nooit ruw of zondig. De bittere bijsmaak en de dubbele bodems ontdek pas je als je al zijn werk samen ziet.

Chagall van Vlaanderen

Het grootste gedeelte van zijn leven werkt Tytgat (spreek uit: Tijtgat) in Brussel, waar hij avondlessen volgt aan de Academie voor Schone Kunsten. Als hij na de eeuwwisseling zijn eerste stappen in de kunstwereld zet, breken Gauguin en Picasso internationaal door. Tytgat is onder de indruk van Marc Chagall, de Franse schilder van Russische komaf, die hij ook ontmoet. Conservator Peter Carpreau noemt Tytgat ook wel de ‘Chagall van Vlaanderen’. Dat is deels terug te zien. Tytgat staat tegelijkertijd in een Vlaamse verteltraditie die teruggaat tot Bruegel.


Edgard Tytgat, De vioolspeler, 1929, Mu.ZEE Oostende. Fotograaf Guy Braeckman

Eigen beeldtaal

Tytgats werk kun je afwisselend impressionistisch, expressionistisch, fauvistisch en surrealistisch noemen. Toch past er niet één artistiek etiket op hem. Hij is vooral heel eigen en blijft trouw aan zijn beeldtaal waarin hij dromen, herinneringen en verhalen zestig jaar lang vastlegt. Typerend zijn de vaak eenvoudige lijnen, een vervreemdend perspectief en gedempte, vereenvoudigde kleuren. Groots en bescheiden tegelijk, een merkwaardige contradictie waardoor het werk je bijblijft.


Edgard Tytgat, Le dernier moment de Marguerite, 1938. Fotografie Peter Cox, courtesy Zeno X Gallery, Antwerpen

Inspiratie

In 1914 trouwt hij met Maria De Mesmaeker, die hij Maria mon coeur (Maria mijn hart) noemt. Ze figureert vaak als model, zoals op het schilderij Inspiratie uit 1926. Daar wacht de kunstenaar in een lege kamer voor een leeg doek op inspiratie. Zijn muze zweeft samen met twee engeltjes naar binnen. Het venster knipoogt naar een ander biografisch gegeven: zijn ziekte. Als jongetje moet Tytgat maanden in bed blijven en vormt het raam zijn enige verbinding met de wereld. Achter de inspiratiegodin zie je een vliegtuig waardoor je kunt gaan denken dat de goddelijke inspiratie daar uit is gesprongen. Typisch Tytgatiaanse humor is dat.

Kermissen

Al in zijn prille jeugd is Tytgat gefascineerd door kermissen en draaimolens. Tegelijkertijd verwijst dat thema naar de donkere periode van zijn ziekte. Als vijf-, zes-jarige valt Tytgat flauw als hij op een rood-wit paardje in de rondte draait. Omstanders, waaronder ‘angstaanjagende’ zwart geklede dames, dragen hem naar huis. Daarna wordt hij zo ziek dat zijn vader en moeder er rekening mee houden dat hun zoon zal sterven. Als door een wonder knapt hij weer op.

Hoofdbeeld: Edgard Tytgat, Inspiratie, 1926, The Poebus Foundation, Antwerpen

Beelden: Stedelijk Museum Schiedam