Vrijwilligers maken … moutwijnjenever

In het Jenevermuseum aan de Lange Haven maken enthousiaste stokers authentieke moutwijnjenever op ‘originele Schiedamsche wijze volgens 17e eeuws recept’. In die tijd werd elke week een miljoen liter moutwijnjenever de havens van Scyedam uitgevaren.

Het is een hechte ploeg stokers die wekelijks in de branderij aan de slag is: Mark Schilder (28), Ronald Mol (35), Peter Mulder (62), Ton Heuchemer (67) en Henk Schoof (68). Ze zagen zelf het aanmaakhout, stoken het vuur met kolen, maken alles schoon, sjouwen zakken met meel, stoken en bottelen. En dagelijks vertellen ze de museumgasten om 14.00 en 15.30 uur het verhaal over de branderij. Ook in het Engels, want jenever is internationaal bekend product.

Van beslag tot fles

Ton: ”Op vrijdag maken we 2200 liter basisbeslag aan van roggemeel en gemoute gerst, dus gerst die is ontkiemd. Zo’n beslag moet 72 uur gisten. Op dinsdag kunnen we het stoken. Na de 1e keer stoken, blijft er zo’n 400 liter ‘ruwnat’ over met 15% alcohol. Na de 2e keer stoken hebben we ‘enkelnat’ met 30% alcohol. Na 3 keer stoken is het ‘bestnat’ oftewel moutwijn met 60% alcohol. Na 3 jaar lageren op oude Amerikaanse whiskyvaten brengen we de alcohol terug naar 40%, filteren we dit, voegen de jeneverbes-esprit toe en bottelen de Moutwijnjenever. Van de 2200 liter beslag houden we dan ongeveer 150 flessen ‘Old Schiedam’ over.”

Historie

De mannen houden niet alleen van moutwijnjenever, maar ook van de historie van hun product en stad: “Rond circa 1850 hadden we in Schiedam circa 60 mouterijen, 400 branderijen en 30 distilleerderijen”, benadrukt Peter. “Elke week verliet een miljoen liter jenever de havens van Schiedam. Er worden nu nog steeds oude kelderflessen gevonden op de stranden van Afrika.”

Maïs

Het verschil tussen moutwijnjenever en andere jenever zit vooral in de gebruikte grondstoffen. Henk legt uit: “Moutwijnjenever wordt gemaakt van rogge en gerst. Na 1880 kwam er voor het eerst maïs uit Amerika, wat goedkoper en zoeter was. De meeste jeneverstokers schakelden daar dus op over.”

Spoeling

De distillateurs haalden vroeger hun geld niet alleen uit de jeneveropbrengst. Ton: “Het product dat je overhoudt na het stoken, de spoeling, is heel voedzaam voor varkens en koeien. Vroeger verkochten spoelingverkopers dat aan de boeren. Elke branderij was goed voor het voer van ongeveer 100 koeien. En met de mest van al die varkens en koeien die in en rondom Schiedam leefden, is het schrale land van het Westland weer vruchtbaar gemaakt.”

Interview: Janet van Huisstede
Foto: Jan van der Ploeg