Theo de Rooij maakt...meel

Als peuter van 3 werd Theo de Rooij al ‘wild’ als hij met zijn ouders langs een molen reed. Grappig, want zijn ouders ‘hadden niks met molens’. Toch mocht hij als jongetje van 7 jaar naar de molen in de buurt fietsen om daar mee te kijken naar het werk van de molenaar.

Prachtig vond hij zo’n gevaarte dat met wind tot een stampende machine werd met fluitende wieken! Nu is hij 31 jaar en woont hij in een poldermolen in Gorinchem. Tot zijn grote geluk is hij molenaar op Molen De Vrijheid aan de Noordvest in Schiedam. Op een dag met volle wind verwerkt hij daar soms twee- tot vierduizend kilo verschillende soorten graan tot meel voor de jeneverstokers en bakkers in de omgeving.

TV opname

Onlangs kwam Heel Holland Bakt jurylid en meesterbakker Robèrt van Beckhoven TV-opnamen maken bij Theo voor zijn nieuwe broodprogramma. Op 19 januari is op de televisie te zien hoe het ambachtelijk maalbedrijf in molen De Vrijheid werkt. 

"Dit is een ambachtelijke, gecertificeerde windmeelfabriek waar we onder andere biologisch graan, rogge en spelt malen voor de jeneverstokerijen en tal van bakkerijen. Voor ’t Vlaamsch Broodhuys, voor molenwinkels als in De Walvisch, het Jenevermuseum en kinderdagverblijven waar de leidsters zelf brood bakken.”

Afwisselend werk

In het molenaarsverblijfje op de begane grond komt Theo even opwarmen. Boven, op de andere 7 vloeren in de molen, is het koud. “Ik maal zo’n 2 tot 3 dagen in de week intensief. Afhankelijk van de wind natuurlijk!

Daarnaast is er veel administratief werk. Ik doe zelf de inkoop van alle soorten graan, maal zelf, ben druk met mixen, mengen en afwegen, breng de zakken meel weg, houd alle administratie bij en ik stofzuig heel veel! Je werkt met voedsel, dus is het belangrijk dat je alles heel goed schoonhoud.”

Spelenderwijs geleerd

Het vak van molenaar heeft Theo spelenderwijs geleerd. Op zijn 11e hielp hij de korenmolenaar in Gorinchem al, die blij was met zijn hulp toen de broodbak-machines op opkomst kwamen. Daarna ging hij als tweede molenaar aan de slag bij de molen in Delfshaven in Rotterdam.

In 2004 maakte hij via zijn goede vrienden en vrijwillig molenaars Bas en Erik Batenburg kennis met molen De Vrijheid. “Die molen was tot 2000 in bedrijf geweest. Ik wist het meteen zeker: deze molen verdient het om weer aan het werk te gaan!”

In 2009 kwam hij bij Stichting De Schiedamse Molens in dienst en nam hij het molenbedrijf over. Eerst voor 2 dagen per week, nu full time.

Inmiddels zorgt hij dat de bijna één miljoen wiekomwentelingen worden omgezet in duizenden kilo’s meel.

Imposant gevoel

“Het is imposant en geeft je een machtsgevoel als je boven de stad op de omloop staat,” vertelt Theo glimmend. “Je vormt een samenspel met de wind en je moet mogelijke weersveranderingen goed kunnen inschatten. Pas sinds een jaar of 3 heb ik echt grip op het weer.” Sinds kort ‘appen’ de molenaars met hun mobieltjes onderling over het weer. “Molenaar is ook een gevaarlijk beroep. Het is en blijft een machine en werktuig.”

Als industrieel erfgoed is op Nationale Molendag in mei de molen in principe altijd open voor publiek. Tijdens de Open Monumentendagen in september bekijken we per jaar of de molen open gesteld kan worden. Lachend: “Bezoekers verbazen zich altijd over het enorme aantal trappen in zo’n molen. Ik heb een geweldige conditie, want ik beklim ze de hele dag!”

Toekomst

Theo is blij dat hij dit ambacht mag uitvoeren want 20 jaar geleden leek het nog een uitstervend beroep. “Ik wil jonge mensen graag opleiden. Niet alleen voor het malen, maar ook voor het onderhoud aan de molen. Vanaf 1785 zijn er op De Vrijheid tientallen molenaars geweest. Ik hoop dat ik dit werk tot mijn tachtigste mag doen, en dat er na mij nog veel meer molenaars zullen komen.”

Vriend en mede-molenaar

Vriend en mede-molenaar Erik Batenburg werkte samen met Theo op de eeuwenoude molen De Vrijheid. Nu werkt Erik in Denemarken.

Interview: Janet van Huisstede
Foto: Jan van der Ploeg